Zwemwater en blauwalg

Administrator

Blauwalgen komen vooral voor in water zonder sterke stroming. In warme zomers zijn ze vaak op veel plekken aanwezig. Helaas kunnen de algen ook overlast veroorzaken voor zwemmers. Rijkswaterstaat doet er alles aan om blauwalg te bestrijden.

Voor actuele informatie over zwemwater in de gemeente Bergen op Zoom kunt u terecht op de website van de provincie Noord-Brabant. Hier wordt aangegeven in welk water u beter niet kunt zwemmen en waar een zwemverbod van kracht is.

Schadelijk

Blauwalgen kunnen schoon en helder water veranderen in een troebele, stinkende massa. Doordat er minder licht beschikbaar is, verdwijnen waterplanten en de algensoortensamenstelling wordt gedomineerd door blauwalgen. Verder kan de algenpopulatie leiden tot zuurstofloosheid, waardoor vissen en andere waterdieren kunnen sterven. Ook voor mensen en bijvoorbeeld honden is de blauwalg schadelijk. De blauwalg produceert bijvoorbeeld microcystines. Het kan maag- en darmklachten veroorzaken, maar ook huidklachten, misselijkheid, buikpijn, diarree, hoofdpijn, geïrriteerde ogen en leverschade.

Weerstand

Er lijkt een duidelijk verband te zijn tussen gezondheidsklachten van recreanten en de aanwezigheid van blauwalg. Zwemmers kunnen giftige stoffen binnenkrijgen door water in te slikken, maar dit kan ook al door wanneer huid of ogen in contact komen met het water. Vaak voorkomende klachten zijn huiduitslag en maag- of darmproblemen. Kleine kinderen kunnen eerder ziek worden, omdat zij sneller water binnenkrijgen dan volwassenen en minder weerstand hebben.

Zorgeloos zwemmen

Als blauwalg een probleem wordt, grijpt Rijkswaterstaat in. Blauwalg heeft tijdens voorgaande zomers wel eens voor extreme overlast gezorgd. Denk daarbij aan stank, zwemverboden en massale vissterfte. Naast recreanten hebben ook bewoners en bedrijven hier veel last van gehad. Tijdens het zomerseizoen controleert Rijkswaterstaat wekelijks op de  aanwezigheid en toestand van algengroei.

Rijkswaterstaat is verantwoordelijk voor de waterkwaliteit. Op plaatsen waar regelmatig blauwalgen voorkomen, wordt minimaal elke 14 dagen gemeten. Als de concentraties te hoog zijn, adviseert Rijkswaterstaat de provincie om het publiek te informeren.