Gemeentegrond gebruiken

Splinter, F. (Fabiola)

Voor het plaatsen van een object op gemeentegrond heeft u geen vergunning nodig maar het is belangrijk dat het plaatsen van objecten op de openbare weg veilig gebeurt. De gemeente heeft daarom regels vastgesteld waarmee bij het plaatsen van deze objecten rekening moet worden gehouden. Indien wordt geconstateerd dat het plaatsen van objecten niet volgens deze regels gebeurt, kan de gemeente in het belang van de verkeersveiligheid of het tegengaan van onaanvaardbare hinder handhavend optreden.
 

Nadere regels bouwobjecten en spandoeken

Het is toegestaan tijdelijk maximaal 4 bouwobjecten te plaatsen indien wordt voldaan aan elk van de volgende regels:

  1. De duur van de ingebruikname van de weg bedraagt niet langer dan 4 weken. Tussen een afzonderlijke periode van opslag van bouwobjecten op dezelfde locatie bedraagt de tussenperiode minimaal één week.
  2. De bouwobjecten mogen geen hinder opleveren voor het verkeer.
  3. Indien sprake is van een afsluiting van wegen of rijbanen en voor het nemen van noodzakelijke verkeersmaatregelen dient tenminste twee weken voor de plaatsing van het bouwobject een melding te worden gedaan via verkeersmaatregelen@bergenopzoom.nl.
  4. Het bouwobject brengt door de omvang of vormgeving, constructie, plaats van bevestiging of het beoogde gebruik geen schade toe aan openbare plaatsen.
  5. Het bouwobject of het beoogde gebruik daarvan levert geen gevaar op voor de bruikbaarheid en het doelmatig en veilig gebruik van de weg en vormt geen belemmering voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg. Dit geldt ook voor de bereikbaarheid van rioleringsputten en ondergrondse kabels en leidingen.
  6. Het bouwobject of het beoogde gebruik daarvan levert geen overlast op voor gebruikers van in de nabijheid gelegen onroerende zaken.
  7. Op een voetpad is een vrije doorgang van tenminste 1,20 meter breed, in een zoveel mogelijk rechte lijn, gewaarborgd voor voetgangers en mensen met een fysieke beperking, zoals rolstoel- en rollatorgebruikers.
  8. Het bouwobject wordt niet geplaatst op een gehandicaptenparkeerplaats.
  9. De bouwobjecten worden zodanig geplaatst dat voorzieningen voor hulpdiensten goed te bereiken en te gebruiken zijn. Opstelplaatsen voor brandweer blijven goed bereikbaar. Brandkranen, bluswaterwinplaatsen, voedingsplaatsen van droge blusleidingen etc, blijven onbelemmerd te gebruiken.
  10. Alle in – en uitgangen, en nooduitgangen van nabije panden in de omgeving blijven te allen tijde bereikbaar waarbij de in- en uitgangen aan weerszijden 0,5 meter vrij zijn van  bouwobjecten en werkmaterialen.
  11. De bouwobjecten mogen geen belemmering vormen voor evenementen, markten, kermissen, andere festiviteiten en/of gebeurtenissen van algemeen belang.
  12. Het bouwobject of het beoogd gebruik daarvan levert geen hinder, overlast of gevaar op voor het milieu.
  13. Het plaatsen in de openbare ruimte van bouwborden en andere hulpconstructies met reclame uitingen is alleen toegestaan als:
  • Plaatsing op het perceel van de bouwwerkzaamheden zelf redelijkerwijs niet mogelijk is.
  • Plaatsing geschiedt in de onmiddellijke nabijheid van de locatie waarop deze borden of constructies betrekking hebben.
  • Reclame op deze objecten alleen betrekking heeft op het in uitvoering zijnde bouwwerk of werk, waarbij maximaal één bouwbord met reclame is toegestaan met een maximale oppervlakte van 10 m² en een maximale hoogte en/of breedte van 4 meter.
  • De onderlinge afstand tussen de bouwborden minimaal 100 meter bedraagt.
  1. Buiten de werktijden dienen losse bouwmaterialen en open containers te worden afgedekt.
  2. Er mogen geen gevaarlijke situaties ontstaan door onveilig gebruik van vuur, gas en/of elektriciteit.
  3. De steigers moeten worden beveiligd tegen beklimmen door derden. Eventuele bekleding van de steiger moet onbereikbaar zijn voor derden (minimaal op 2,5 meter hoogte worden aangebracht) dan wel voldoen aan het criterium “niet gemakkelijk ontvlambaar”.
  4. Het bouwobject moet voorzien zijn van naam en telefoonnummer van de eigenaar of verhuurder.

 

Spandoeken

  1. Spandoeken zijn een categorie van voorwerpen zoals bedoeld in artikel 2:10 lid 3 onderdeel e van de APV.
  2. Het is toegestaan om spandoeken te plaatsen op, over of bij een weg, mits wordt voldaan aan elk van de volgende voorwaarden:
  1. Er mogen alleen spandoeken worden geplaatst voor charitatieve doeleinden en voor evenementen en activiteiten van ideële, sociaal-culturele of niet-commerciële aard, die binnen de gemeente Bergen op Zoom plaatsvinden of een sterke regionale betekenis hebben, met uitzondering van politieke uitingen.
  2. Indien een spandoek boven een rijbaan wordt geplaatst moet de onderzijde van het spandoek minimaal 4,20 meter boven de weg hangen.
  3. Het spandoek moet zodanig worden aangebracht dat verkeersdeelnemers en gebruikers van in de nabijheid gelegen onroerende zaken hiervan geen overlast ondervinden.
  4. Het spandoek mag maximaal voor een periode van 30 dagen gehangen worden en dient in ieder geval drie dagen na het plaatsvinden van de activiteit te zijn verwijderd.
  5. Het spandoek is gemaakt van weersbestendig en wind doorlatend materiaal.
  6. Het spandoek mag een afmeting van maximaal 5 x 1 meter hebben.
  7. Vanaf windkracht 5 worden de spandoeken verwijderd door degene die het spandoek heeft aangebracht.
     

toepassingsbereik

Deze regels zijn van toepassing op het plaatsen van bouwobjecten die noodzakelijkerwijze kortstondig op de weg of een weggedeelte worden geplaatst ten behoeve van (bouw)werkzaamheden en spandoeken op, over of bij de weg zoals bedoeld in artikel 2:10 van de Algemene Plaatselijke Verordening Bergen op Zoom’.
 

Toezicht en handhaving

Toezicht op de naleving van deze nadere regels vindt plaats door de daarvoor in artikel 6:2 aangewezen toezichthouders.
 

Opvolgen aanwijzingen

Door of namens het college gegeven aanwijzingen in het kader van het algemene belang, de openbare orde of veiligheid dienen strikt te worden opgevolgd. Deze aanwijzingen kunnen onder andere betrekking hebben op het geheel of gedeeltelijk verplaatsen dan wel verwijderen van de geplaatste bouwobjecten zonder dat de initiatiefnemer aanspraak kan maken op schadevergoeding.